FitVandaag - Laag koolhydraten dieet
Info nu! - Bedrijfsboodschap
Deel 1
 
 
Hoeveel koolhydraten zijn nodig in onze voeding?
 
 
 
Tegenwoordig zijn dieten laag in koolhydraten en aan de andere kant hoger in vetten en eiwitten erg in de mode, om af te vallen werken ze ook waarschijnlijk het best en zijn daarbij het meest comfortabel. Maar er is natuurlijk niet een manier die voor iedereen het beste werkt. En hoe zit het met sporten en hoe zit het met mensen die niet willen afvallen en minder koolhydraten eten?
 
Een uitleg. Koolhydraten zijn naast vetten en eiwitten een van de drie macro bestanddelen van ons voedsel en te samen zorgen ze voor energie en bouwstoffen.
Eiwitten en vetten zijn noodzakelijk, ons lichaam kan ze niet zelf zonder deze twee kunnen we niet leven, koolhydraten zijn niet noodzakelijk, we kunnen ze (in beperkte mate) maken uit proteine en vetten, via een proces dat gluconeogenese heet.
 
Er zijn grote verschillen is de wijze waarop we de drie kunnen opslaan, eiwitten helemaal niet wat we hebben zit in onze spieren en organen, koolhydraten beperkt, in de vorm van glycogeen in onze spieren en in de lever, vetten kunnen we in ruime mate opslaan, zowel onderhuids, rond onze organen en ook in onze spieren intramusculair.
Vet heeft dus als energieopslag verre de voorkeur van ons lichaam, het levert per gram ook de meeste energie, 9 kcal, koolhydraten slechts 4 per gram en daarnaast wordt glycogeen opgeslagen in combinatie met water. 1 gram glycogeen heeft 4 gram water aan zich gebonden.
In energie levert vet dus per gram 9 kcal, terwijl glycogeen nog niet een gram met zich draagd. Energie in koolhyraten is dus bijna 10 zwaarder dan energie in vet. 
Het is dus logisch dat ons lichaam een sterke voorkeur heeft om energie op te te slaan in de vorm van vet en slechts beperkt in de vorm van koolhydraten. Teveel glycogeen zou simpelweg veel te veel wegen.

Nu als energie, heeft ons lichaam daar ook een voorkeur? vetten, koolhydraten of een combinatie? Ook hier is een voorkeur voor vetten. Waarom?, ons bloed bevat slechts een kleine hoeveelheid suiker, tussen 0.7 en 1.1 gram per liter, dus gemiddeld heeft een volwassen mens slechts 4 a 5 gram suiker in zijn of haar bloed. Bloedsuiker moet redelijk stabiel zijn, dus indien mogelijk doet ons lichaam er alles aan om dat tussen de grenzen te houden. Komt er teveel suiker in ons bloed dan maakt onze alvleesklier insuline aan die het teveel aan suiker uit ons bloed haalt en opslaat als glycogeen (als er ruimte is) of als vet als de glycogeenvoorraden verzadigd zijn.
Bij een te lage bloedsuiker wordt via glucogon, glucose uit het leverglycogeen vrij gemaakt.  
Een andere reden voor de voorkeur voor vet, spierglycogeen kan alleen gebruikt worden door de spier waarin het zit, het kan niet via het bloed ergens anders naartoe gebracht worden. Glycogeen in een been kan alleen gebruikt worden door dat been en niet door een andere spier. Leverglycogeen hebben we slechts in beperkte mate, ruwweg 100 gram maximaal, niet meer dan 400 kcal dus. Een gemiddeld mens gebruikt ruwweg 2500 cal op een dag, als dat voor 100% door het leverglycogeen gedekt zou worden zijn we na 6 uur door deze voorraad heen. Dat gaat dus niet werken. 
Nog een punt is het feit dat onze hersenen graag werken op bloedsuiker, dus het beetje leverglycogeen dat we hebben wordt bij voorkeur bewaard voor onze hersenen. Er is wel een backup systeem voor de hersenen, als we geen suiker meer hebben maakt ons lijf ketonen aan uit de vetverbranding en daar kunnen de hersenen ook prima op functioneren.
 
Om verschillende reden gebruikt ons lichaam dus bij voorkeur vetten en is bij voorkeur zuinig met koolhydraten. Uitzonderingen zijn er ook, bij zware inspanningen verbruiken we wel suikers. Dan wordt het spierglycogeen verbruikt. Dat is een van de redenen dat we zware inspanningen maar kort vol houden.   
 
Wat betekend dit nu voor onze voeding? Koolhydraten, zoals die zitten in brood, pasta, rijst, koek, snoep, frisdrank, sap zijn over het algemeen zeer rijk voorradig. Iedere keer dat we koolhydraten eten verstoren we de bloedsuiker, op zichzelf is dat geen enkel probleem, het betekent wel dat we ons lichaam op die manier als het ware dwingen om meer suikers te gaan verbruiken, we kunnen ze immers maar beperkt opslaan, we moeten ze of verbranden, of als er ruimte voor is opslaan in de lever en spieren of opslaan in de vorm van vetten.  
Koolhyraten hebben als voordeel (of nadeel, tis maar hoe je het bekijkt) dat ze heel makkelijk en snel opgenomen kunnen worden door onze maag. Om snel veel energie binnen te krijgen zijn ze zeer geschikt. Maar als die energie niet verbruikt wordt worden we er vet van. Het grote probleem is dan ook dat koolhydraten heel makkelijk tot over eten lijden. En komt de simpele basisregel om de hoek, meer energie binnenkrijgen dan je verbruikt betekend aankomen via vetopslag. 
 
In het kort, ons lichaam heeft een voorkeur voor vet als energiebron, het kan het meest makkelijk opgeslagen worden, het weegt veruit het minst per hoeveelheid energie en het verstoord de bloedsuikerspiegel het minst.